Referentiearchitectuur
De complete opzet van Yres op Azure op één plaat. Je ziet welke bronnen hoe binnenkomen, wat er in de Yres-tenant draait en wat in de tenant van de klant, hoe een laadrun verloopt en hoe Power BI of Fabric de data afneemt. De plaat is bedoeld voor architecten, security-teams en iedereen die een installatie voorbereidt.
Open de plaat op ware grootte · English version
Zo lees je de plaat
Van links naar rechts volgt de plaat de data.
- Bronnen en connectiviteit. Cloudbronnen lopen via de Azure Integration Runtime. Bronnen in het eigen netwerk lopen via een self-hosted integration runtime die alleen uitgaand verkeer maakt (HTTPS, poort 443). Er hoeft geen poort open naar binnen.
- Control plane. De Yres-webapp draait in de tenant van Yres. Daar richt je bronnen, tabellen en changes in. De webapp bestuurt de Azure-resources van de klant via een App Registration en bewaart zelf geen klantdata.
- Azure Data Factory. Eén workflow laadt alles in vijf stappen: run registreren, metadata lezen, per tabel laden (maximaal vijf tegelijk), rapportageviews verversen en afsluiten. Welke bron, welke tabel en welke laadwijze bepaalt de metadata.
- Azure SQL. Data komt binnen in STAGE en gaat met SCD2-historie naar de HIS-laag. Rapportages lezen uit Exposed. Optioneel schrijft Yres de mutaties per tabel als Parquet naar een Data Lake.
- Power BI of Fabric. Semantische modellen lezen uit Exposed. Na de load start ADF de refresh via de Power BI REST API.
Onderaan staan de Azure-resources per omgeving, beveiliging en identiteit, monitoring en de DTAP-straat. Elke omgeving heeft een eigen Data Factory, SQL-database en Key Vault; de self-hosted IR wordt door de drie omgevingen gedeeld.
De bronnen op de plaat zijn voorbeelden. Alle koppelingen staan onder Integraties. Resource-namen op de plaat zijn placeholders.
Afdrukken
De plaat is ontworpen voor A3 of A2 liggend. Open hem op ware grootte en druk af vanuit de browser: de plaat schaalt zichzelf naar één pagina en gebruikt bij afdrukken altijd de lichte kleuren.
Verder lezen
- Architectuur: de twee planes en de stack in tekst
- Azure-architectuur: resources, permissies, toegangsniveaus en netwerk
- CI/CD & DTAP: hoe wijzigingen van DEV naar PROD gaan
- Load types: de zeven laadwijzen
- Installatie
