Ga naar hoofdinhoud

Dynamics 365

Categorie: Directe koppeling

Microsoft Dynamics 365 (Business Central / Dataverse) wordt als OData-bron gekoppeld. Je kiest deze bron via de preset Dynamics 365 in de wizard Bron toevoegen; het verbindingsadres en het token-adres worden grotendeels automatisch opgebouwd uit je tenant en bedrijf.

OAuth2-support in ontwikkeling

De OAuth2-flow wordt op dit moment nog niet uitgevoerd. De bron wordt opgeslagen als kaal OData-type: bij het deployen schrijft Yres alleen de http-url (en eventuele basic-credentials) naar de Key Vault, en de OData-pipelines doen geen token-flow. Het wizard-formulier toont al OAuth-velden (tenant, client ID/secret, scope, grant type), maar de deploy verwerkt die nog niet. Volledige OAuth2-ondersteuning voor Dynamics 365 is in ontwikkeling.

Verwachte input​

Naast de gedeelde wizardvelden (bronnaam, integration runtime, inloggegevens identiek voor alle omgevingen?, verloopdatum inloggegevens, tags) vul je voor Dynamics 365 de volgende velden in:

VeldToelichting
URLAlleen-lezen. Wordt automatisch opgebouwd (Business Central OData V4) op basis van tenant + bedrijfsnaam.
Access token URLAlleen-lezen. Wordt opgebouwd als https://login.microsoftonline.com/{tenant}/oauth2/v2.0/token.
Tenant IDDe directory-/tenant-ID van je Microsoft Entra ID.
Company name (bedrijfsnaam)De naam van het Business Central-bedrijf dat je wilt ontsluiten; wordt in de OData-URL verwerkt.
Client IDDe applicatie-(client-)ID van de geregistreerde app.
Client secretHet client secret van de app-registratie (eenmalig zichtbaar bij aanmaken).
ScopeDe OAuth-scope voor de tokenaanvraag.
Grant TypeClient Credentials of Authorization Code. Bij Authorization Code verschijnt een extra veld Refresh token.

Vast ingestelde (verborgen) parameters: paginatie paginationType=BodyUrl met body_url=@odata.nextLink (Yres volgt automatisch de @odata.nextLink-paginering van de OData-feed).

Authenticatiemethode: het formulier vraagt OAuth2-gegevens van een Azure AD / Microsoft Entra ID service principal (client credentials of authorization-code met refresh token), maar de koppeling draait momenteel als kale OData-verbinding zonder token-flow — zie de waarschuwing hierboven.

Integration runtime: standaard de cloud-runtime AutoResolveIntegrationRuntime. Een self-hosted IR is niet nodig, omdat de OData-endpoints publiek via internet bereikbaar zijn.

Opslag van geheimen: Yres bewaart nooit zelf wachtwoorden of secrets. Bij de huidige OData-deploy wordt alleen de http-url (en eventuele basic-credentials) als secret in de Azure Key Vault van je eigen omgeving gezet, volgens het patroon adf-{bronnaam}-{suffix}; de linked service in Azure Data Factory verwijst naar die secrets. De OAuth-velden uit het formulier worden nog niet naar Key Vault weggeschreven.

Voorbereiding​

  • App registreren in Microsoft Entra ID — Registreer in het Azure-portaal → App registrations een applicatie. Op Overview vind je de client ID en de tenant ID.
  • Client secret aanmaken — Maak onder Certificates & secrets een client secret aan en kopieer dit direct (het is later niet meer zichtbaar).
  • Rechten op Dynamics CRM/Dataverse — Wijs de app de benodigde API-permissies toe voor Dynamics CRM/Dataverse (bijv. user_impersonation) met admin-consent.
  • Bedrijf en tenant — Houd de tenant ID en de bedrijfsnaam (Business Central company) bij de hand; deze bepalen samen de automatisch opgebouwde OData-URL.

Load-types en delta​

Dynamics 365 wordt als OData-bron ontsloten. Metadata-discovery verloopt via de standaard GetMetaData-pipeline; daarna stel je per tabel het load-type en de eventuele delta-/sleutelkolommen in zoals bij andere OData-bronnen. De OData-feed wordt automatisch gepagineerd via @odata.nextLink.

Officiële docs: Register an app with Microsoft Entra ID (Microsoft Dataverse) — Microsoft Learn.


Zie ook: Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht