SAP Business Data Cloud (SAP_BDC)
Categorie: Azure-opslag (AzureBlobFS / SAS) · 🏅 Official partner
SAP Business Data Cloud levert data als Parquet-bestanden in een Azure Data Lake-container
(dfs.core.windows.net-endpoint). Yres leest die bestanden rechtstreeks uit de container met een
SAS-token. Het brontype SAP_BDC heeft in de wizard Bron toevoegen een eigen formulier
(getFormAddSapBdc.ts); het is de enige SAP-route met een eigen keuze in de bronpicker. Dezelfde
invoer gebruik je ook voor SAP Datasphere.
Verwachte input
Naast de gedeelde velden die voor elke bron gelden — Bronnaam (uniek, 2–45 tekens; wordt de naam van
de linked service en de basis voor de Key Vault-secrets adf-{bronnaam}-…), type (SAP_BDC),
integration runtime, credentials voor alle omgevingen identiek?, vervaldatum credentials en
tags — vraagt het SAP_BDC-formulier om drie velden:
| Veld (label) | Toelichting |
|---|---|
| Sas uri | De host-uri van het opslag-endpoint, in de vorm https://<storage-account>.dfs.core.windows.net/. Alleen https:// + hostnaam, zonder pad of querystring en mét afsluitende / — het formulier keurt het adres anders af. |
| container | De container (het filesystem) in dat storage-account waarin SAP BDC de data neerzet. |
| Sas token | Het SAS-token, zonder voorloop-?. Het moet de parameters sig, sp, se, spr en st bevatten; ontbreekt er één, dan keurt het formulier het token af. |
- Sas uri:
https://, alleen hostnaam, pad is precies/, geen?…en geen#…, eindigt op/. - Sas token: begint niet met
?en bevatsig,sp,se,sprenst.
Authenticatie
- SAS-token (Shared Access Signature) — geen gebruikersnaam/wachtwoord. De backend
(
SapBusinessDataCloudSource) maakt een linked service van het typeAzureBlobFSaan waarvan desasUrien het SAS-token uit de Key Vault komen. - Geheimen in Key Vault: de frontend bewaart niets. De ingevoerde waarden gaan naar de Azure Key
Vault van de klant als
adf-{bronnaam}-sas-uri,adf-{bronnaam}-sas-token(met de opgegeven vervaldatum) enadf-{bronnaam}-container(gebruikt door de metadata-pipeline).
Integration runtime
- Cloud (
AutoResolveIntegrationRuntime). Het opslag-endpoint is publiek bereikbaar via HTTPS; deAzureBlobFS-linked service (templateSAP_BDC.json) zet geenconnectViaen draait dus altijd op de cloud-runtime. Een self-hosted integration runtime is hier niet van toepassing.
Hoe Yres de data leest
- Metadata — de pipeline
GetMetaData - SAP_BDClijst de mappen in de container: elke map is één tabel. Per map leest Yres het metadatabestand.sap.partfile.metadata(JSON) dat SAP BDC naast de data neerzet en vult daarmee de kolommen in het woordenboek. De container wordt daarbij het schema van de tabellen; de mapnaam de tabelnaam. - Data — de pipeline
Dynamic Pipeline YRES - SAP_BDCleest alle*.parquet-bestanden (recursief) uit de map van de tabel naarSTAGE; de merge naarHISgebeurt daarna via[LoadManagement].[spLoadDWH], net als bij elke andere bron. - Datatypen — SAP_BDC gebruikt dezelfde typemapping als SQL Server (
MSSQL_ADF), met één uitzondering:timestampwordt alsbigintgeland.
Load types en delta
SAP_BDC ondersteunt de standaard load types (FULL, DELTA, DELTAIMAGE, IMAGE, OVERWRITE, RELOAD, ADDITIONAL). Voor incrementele loads geldt één vaste regel:
ETL_DATEBij SAP_BDC is de deltakolom altijd ETL_DATE — de laadstempel die SAP BDC in de bestanden meegeeft.
Kies je in de wizard Add table bij een DELTA-/DELTAIMAGE-load een andere kolom, dan negeert de engine
die met de waarschuwing "Source … is a deltalake source. Delta's are always based on ETL_DATE, … will be
ignored as a delta column" (spMaintainTable).
De delta werkt anders dan bij databasebronnen: Yres bouwt geen WHERE-clausule, maar geeft het
watermerk (LoadManagement.UsedTables.LatestRecord, de hoogste ETL_DATE van de vorige load)
ongewijzigd door aan de pipeline. Die gebruikt het als modifiedDatetimeStart: alleen
Parquet-bestanden die sinds dat moment zijn gewijzigd of toegevoegd worden gelezen. Na een geslaagde load
schuift het watermerk op naar de hoogste ETL_DATE in de batch.
Voorwaarden
- Een Azure Data Lake Gen2-container (
dfs.core.windows.net) waarin SAP BDC de data levert: per tabel één map met Parquet-bestanden en het bestand.sap.partfile.metadata. Je SAP-/BDC-beheerder richt deze levering in en geeft je de hostnaam en de containernaam. - Een geldig SAS-token met minimaal lees- en lijstrechten op de container (Azure Portal →
storage-account → Security + networking → Shared access signature). Het token is het deel ná
het
?; kopieer het direct, want het wordt maar één keer getoond. - De vervaldatum van het SAS-token. Vul die ook in het wizard-veld credentials expire? in — zie hieronder.
Een SAS-token heeft altijd een einddatum (se). Zodra die verstrijkt, mislukken de metadata-refresh én
de loads van deze bron. Vul de vervaldatum daarom in het wizard-veld credentials expire? in: Yres
bewaart die bij het Key Vault-secret en waarschuwt je tijdig voordat het token verloopt. Maak dan een
nieuw token aan en werk de bron bij.
Zie ook: SAP Datasphere (zelfde formulier) · SAP S/4HANA · SAP HANA · Azure Blob Storage · Azure Data Lake · Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht